Definities Vastgoed

Definities vastgoed.

A B C D E F G H I J K L M N O PQ R S T U V W X Y Z

 

– A –

– B –

BAR: staat voor bruto aanvangsrendement. Dit getal drukt de waarde van het onroerend goed bij aankoop uit. De BAR wordt berekend door de huuropbrengsten te delen door alle kosten van werving zoals overdrachtsbelasting, de koopsom en notariskosten.

Bepaalde tijd: Een huurcontract dat eindigt op een vooraf bepaalde datum.

Bruto huuropbrengsten: Huuropbrengsten zonder aftrek van beheerskosten en exclusief servicekosten.

BVO: staat voor bruto verhuurbare oppervlakte. Dit zijn alle verhuurbare vierkante meters, inclusief muren, trappen, etc.

– C –

– D –

– E –

Expiratiedatum van huurcontract: Dit is de datum waarop het huurcontract afloopt. Een huurcontract heeft meestal een opzegtermijn opgenomen voor welke de huurovereenkomst moet worden beëindigd. Vaak is het ook zo dat huurcontracten automisch worden verlengd naar een contract van onbepaalde tijd als er niet tussentijds wordt opgezegd.

– F –

Frictieleegstand: leegstand als gevolg van bijvoorbeeld verhuizingen waardoor er een bepaalde overlappende periode zal zijn waarin het huis niet zal worden bewoond.

– G –

Gemeubileerd: Een huis verhuren met daarin voldoende aanwezig meubilair zodat een huurder direct in het pand kan trekken.

Gestoffeerd: Een huis verhuren met daarin de basisafwerkingen aan vloeren, wanden en plafond.

– H –

Huurcommissie: De huurcommissie is een onafhankelijk orgaan dat huurders en verhuurders ondersteunt bij geschillen. De geschillen kunnen gaan over de hoogte van de huurprijs, servicekosten, en onderhoud van huurwoningen.zie ook huurcommissie

Huurgarantie: indien panden worden aangekocht met (gedeeltelijke) leegstand wordt de huur voor dit nog leegstaande deel door verkoper aan koper gegarandeerd door middel van een huurgarantie. Op deze wijze ontvangt de koper toch de gehele huursom ook al is het pand niet geheel verhuurd.

Huurindexatie: Een huurcontract wordt bij huurindexatie per jaar aangepast aan de Consumentenprijsindex(CPI) (voor alle huishoudens) zodat de relatieve waarde van de huur niet zal dalen als gevolg van inflatie.

Huurovereenkomst: een document waarin alle afspraken tussen huurder en verhuurder vermeld staan. zie ook huurovereenkomst

– I –

– J –

– K –

Kaal verhuren: een huis dat nog moet worden voorzien van vloerbedekking, schilderwerk/ behang etc.

– L –

Leegstand: een huis dat niet verhuurd is (en daardoor geen opbrengsten genereerd).

– M –

– N –

– O –

Onbepaalde tijd: een huurcontract waarin geen einddatum is afgesproken. In principe eindigt het huurcontract pas als de huurder het contract opzegd. .

Onderhoudkosten: kosten die gereserveerd zullen moeten worden voor het onderhoud van het huis. In de regel is dit ongeveer éen maand huur.

Overdrachtsbelasting: belasting die moet worden betaald bij het overdragen van het huis. Op dit moment is dat 6%.

OZB: Onroerende Zaak Belasting. Belasting die wordt geheven voor het bezitten van onroerend goed. Dit wordt gebaseerd op de WOZ-Waarde.

– P –

– Q –

– R –

ROZ: De vereniging Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft ten doel het gezamenlijk bewaken, bevorderen en verbeteren van het functioneren, de kwaliteit en het aanzien van de bedrijfstak onroerend goed en specifiek de door de aangesloten lidorganisaties en hun leden te verrichten werkzaamheden op het gebied van het risicodragend creëren, financieren, in eigendom gebruiken, exploiteren en beheren, de overdracht en de makelaardij van in Nederland gelegen onroerend goed. Zie ook www.roz.nl.

– S –

 

Servicekosten: kosten door de huurder aan de verhuurder betaald worden. De verhuurder maakt kosten zoals voor gas, water en elektriciteit of voor het schoonhouden van gemeenschappelijke ruimten zoals het trappenhuis. Deze kosten worden vaak doorgerekend door de verhuurder en heten dan dus servicekosten.

– T –

Taxatie: het waarderen van onroerend goed.

– U –

– V –

– W –

WOZ-waarde: De door de gemeente bepaalde waarde van het huis. WOZ staat voor Wet Onroerende Zaakbelasting.

– X –

– Y –

– Z –